Gerrit Tamboer

Afscheid van de Edgecase: een ode aan het experimenteren

23 oktober 2026

Wie mij zakelijk kent, weet dat ik al jaren enthousiast ben over Kubernetes at the Edge: het inzetten van Kubernetes op plekken waar je het misschien niet direct verwacht. Denk aan fabrieken, kassen en meterkasten, maar ook aan andere omgevingen waar IT niet vanzelfsprekend in een datacenter of publieke cloud draait.

Tussen 2022 en 2026 heb ik veel tijd besteed aan het uitdragen van deze visie en het laten zien wat de technologie in de praktijk kan betekenen. Dat ging niet altijd vanzelf. Zeker in de beginperiode hoorde ik regelmatig dezelfde vraag: waarom zou je complexe technologie als Kubernetes naar omgevingen brengen die juist zo onvoorspelbaar zijn?

Die terughoudendheid was niet onbegrijpelijk. Kubernetes was oorspronkelijk vooral bekend als platform voor het orkestreren van workloads in datacenters en cloudomgevingen. Het ecosysteem ontwikkelde zich echter snel. Met de komst van onder meer K3s, en later Talos Linux en Kairos, kwamen er steeds meer oplossingen beschikbaar die het eenvoudiger maakten om Kubernetes op kleinere, gedistribueerde locaties in te zetten. De technologie werd toegankelijker, terwijl de mogelijkheden op het gebied van beheer en robuustheid toenamen.

Toch bleek het niet altijd eenvoudig om die ontwikkeling met woorden alleen over te brengen. Presentaties en architectuurdiagrammen zijn nuttig, maar vertellen niet het hele verhaal. Ik wilde iets laten zien dat daadwerkelijk werkte, bij voorkeur een fysiek systeem dat je kon meenemen naar een klant of conferentie. Juist omdat fysieke aanwezigheid zo'n belangrijk onderdeel is van Edge computing, leek het me waardevol om ook de infrastructuur zelf tastbaar te maken.

Er waren een paar duidelijke voorwaarden. Het systeem moest compact en gemakkelijk te vervoeren zijn, een volwaardig Kubernetes-cluster kunnen draaien en op afstand te beheren zijn. Daarmee zou ik niet alleen de technologie kunnen uitleggen, maar ook demonstreren hoe je een cluster op een locatie zonder uitgebreide lokale IT-voorzieningen kunt beheren.

Zo ontstond het idee voor de Edgecase.

Een Kubernetes-cluster in een koffertje

De naam was een knipoog naar Edgecase, de conferentie die TrueFullstaq sinds 2022 organiseert rond Kubernetes at the Edge en aanverwante technologieën. Het apparaat moest dezelfde gedachte tastbaar maken: laten zien wat er mogelijk is wanneer je de grenzen van de traditionele infrastructuur opzoekt.

De basis werd een aluminium koffer met twee lagen. In het onderste compartiment werkten we de bekabeling weg, terwijl de bovenste laag ruimte bood aan de hardware en de overige onderdelen. Het resultaat moest niet alleen functioneel zijn, maar er ook goed uitzien. Het oog wil immers ook wat, zeker wanneer je een technisch verhaal op een podium vertelt.

In de koffer kwamen drie OnLogic CL250-nodes. OnLogic is gespecialiseerd in industriële hardware, waardoor deze systemen goed aansloten bij het verhaal dat ik wilde vertellen. Het ging niet om een willekeurige verzameling computers, maar om compacte, industriële systemen die een realistisch beeld gaven van de hardware die je ook in andere omgevingen zou kunnen tegenkomen. Elke node beschikte over een Intel-processor, 8 GB geheugen en een SSD van 64 GB. Dankzij de passieve koeling waren er bovendien geen ventilatoren nodig.

Een eenvoudige desktop-switch verzorgde de verbinding tussen de drie nodes. Voor de externe verbinding voegden we een 4G-router toe. Daarmee kon de Edgecase ook op locaties zonder bestaande netwerkinfrastructuur verbinding maken met internet.

Voor het besturingssysteem koos ik Talos Linux. Talos is specifiek ontworpen voor het draaien van Kubernetes en heeft een minimalistische, grotendeels onveranderlijke basis. Het ontbreken van een traditioneel besturingssysteem waarop allerlei aanvullende software kan worden geïnstalleerd, verkleint het aantal onderdelen dat beheerd moet worden. Dat paste goed bij het doel van de demonstratie: een compact systeem dat zo zelfstandig en betrouwbaar mogelijk kon functioneren.

De drie nodes werden vervolgens gekoppeld aan Sidero Omni, het platform waarmee Talos-systemen centraal kunnen worden beheerd. Via Omni kon ik de machines configureren, samenbrengen in een Kubernetes-cluster en op afstand onderhouden. We kozen voor drie control-plane-nodes die ook workloads konden draaien. Zo bleef de beschikbare rekenkracht bruikbaar, zonder dat de clusterarchitectuur uitsluitend uit control-plane-capaciteit bestond.

De combinatie van Talos, Omni en de 4G-verbinding maakte het mogelijk om de Edgecase in principe op vrijwel iedere locatie neer te zetten en vervolgens centraal te beheren. Updates uitvoeren, het cluster benaderen en de status van de infrastructuur controleren hoefde niet afhankelijk te zijn van fysieke toegang tot het apparaat. Precies dat was een van de belangrijkste eigenschappen die ik wilde demonstreren.

In de deksel monteerden we bovendien een scherm waarop de uitvoer van een van de nodes zichtbaar was, aangevuld met enkele ledlampjes. Die toevoegingen hadden geen essentiële rol in de werking van het cluster. Ze maakten de techniek vooral wat zichtbaarder en gaven het geheel het uiterlijk van een apparaat dat je met trots op een podium kunt neerzetten.

Een weekend bouwen, jaren demonstreren

Het bouwen van de Edgecase was een gezamenlijk project. Ik heb het grootste deel van de technische installatie en configuratie voor mijn rekening genomen, maar voor de fysieke constructie kreeg ik hulp van mijn schoonvader. Hij is bijzonder handig en werkt uiterst nauwkeurig, precies de eigenschappen die je nodig hebt wanneer je hardware stevig en netjes in een koffer wilt monteren.

We hebben er samen een weekend aan gewerkt. Terwijl hij zich bezighield met de montage, installeerde en configureerde ik de verschillende onderdelen. Uiteindelijk viel alles op zijn plaats en stond er een werkend systeem in de koffer. De Edgecase was geboren.

Al snel ontstond het plan om het apparaat tijdens de derde editie van de Edgecase-conferentie, in 2024, voor het eerst op het podium te laten zien. De onthulling zou onderdeel zijn van een presentatie over Kubernetes at the Edge en de ontwikkeling van het ecosysteem.

Achteraf bleek dat moment het begin van veel meer dan één demonstratie. De presentatie groeide uit tot een verhaal dat ik inmiddels meer dan vijftien keer heb mogen vertellen, op evenementen en conferenties verspreid over Europa. Daarnaast leidde de Edgecase tot honderden gesprekken met mensen die geïnteresseerd waren in de technologie, zelf vergelijkbare oplossingen bouwden of nadachten over toepassingen in hun eigen omgeving.

De kracht van het apparaat zat niet alleen in de techniek. Het bood een concreet aanknopingspunt voor gesprekken die anders misschien abstract waren gebleven. Je kon de hardware bekijken, vragen stellen over de architectuur en direct zien dat er daadwerkelijk een Kubernetes-cluster op draaide.

Van klantgesprekken tot conferenties door heel Europa

In de jaren die volgden, reisde de Edgecase met me mee naar klantgesprekken en conferenties in onder meer het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, België en Frankrijk. Op evenementen van TrueFullstaq stond het apparaat regelmatig in onze stand. Het trok de aandacht en bood een natuurlijke aanleiding om met bezoekers in gesprek te gaan over Kubernetes, Edge computing en het beheer van gedistribueerde infrastructuur.

Ook buiten onze eigen evenementen kreeg het apparaat een plek. Onze partner Sidero vroeg ons bijvoorbeeld om de Edgecase mee te nemen naar KubeCon, zodat het systeem in hun eigen stand kon worden gedemonstreerd. Dat werkte uitstekend. De Edgecase was niet alleen een demonstratie van een Kubernetes-cluster, maar ook een tastbaar voorbeeld van de mogelijkheden die Talos en Omni samen bieden.

Een persoonlijk hoogtepunt was het uitgebreide gesprek dat ik met Kelsey Hightower heb mogen voeren over het apparaat en de reden waarom ik het had gebouwd. Het zijn precies dat soort momenten die laten zien hoe een relatief klein, zelfgebouwd project kan uitgroeien tot een aanleiding voor gesprekken met mensen die je anders misschien niet snel zou ontmoeten.

De laatste vlucht van de Edgecase

Afgelopen maand, tijdens mijn bezoek aan Sofia in Bulgarije, maakte de Edgecase zijn laatste reis. Voor het eerst moest het apparaat mee in het vliegtuig. Dat bracht een nieuwe uitdaging met zich mee: hoe zorg je ervoor dat een compacte maar kwetsbare verzameling hardware een vliegreis overleeft?

Bij het bouwen hadden we al rekening gehouden met het feit dat het apparaat vervoerd zou worden. De hardware was met klittenband bevestigd, zodat de onderdelen stevig op hun plek bleven en eenvoudig konden worden losgemaakt. Voor de vliegreis kon ik de drie servers daardoor uit de koffer halen en als handbagage meenemen. De koffer zelf reisde vrijwel leeg mee, met alleen de bekabeling in het onderste compartiment.

De heenreis verliep zonder problemen. Eenmaal aangekomen in mijn hotelkamer zette ik de hardware weer in elkaar, sloot alles aan en schakelde het systeem in. Zoals ik inmiddels gewend was geraakt, startte het cluster zonder problemen op. De combinatie van Kubernetes en Talos deed wat ervan werd verwacht.

Het was een mooi voorbeeld van de weerbaarheid die ik met de Edgecase wilde laten zien. De hardware was vervoerd, opnieuw opgebouwd en op een andere locatie aangesloten, zonder dat daarvoor een ingewikkelde herstelprocedure nodig was.

Tijdens KCD Sofia stond de Edgecase vervolgens opnieuw op het podium. Het apparaat trok ook daar belangstelling en vormde de aanleiding voor nieuwe gesprekken met bezoekers. Het was een passend slotstuk, al wist ik op dat moment nog niet dat dit daadwerkelijk de laatste keer zou zijn.

KCD Bulgaria 2026

Op de terugreis ging het namelijk mis. De infrastructuur zelf had de reis opnieuw overleefd, maar de aluminium koffer niet. De sluitingen waren volledig kapot en bleken niet meer te repareren. Daarmee was het niet langer verantwoord om het apparaat op dezelfde manier te blijven vervoeren.

De Edgecase ging met pensioen.

Een opvolger, maar geen kopie

Natuurlijk roept dat de vraag op wat er nu gaat gebeuren. Een nieuwe koffer kopen en alle onderdelen opnieuw monteren zou de eenvoudigste oplossing zijn. Toch is dit ook een goed moment om opnieuw na te denken over het doel van het apparaat.

De technologie ontwikkelt zich immers voortdurend. Wat een paar jaar geleden een interessante demonstratie was, kan inmiddels heel anders worden ingevuld. Misschien moet er een Edgecase 2.0 komen, met een andere architectuur of een heel nieuw onderwerp. Een compacte demonstratieomgeving voor Local LLM's en private AI zou bijvoorbeeld goed kunnen aansluiten bij de ontwikkelingen die we momenteel in de markt zien.

Dat zijn voorlopig ideeën, geen concrete plannen. Wat wel vaststaat, is dat een eventuele opvolger meer moet zijn dan een replica van het origineel. Het belangrijkste is niet de koffer zelf, maar wat je ermee kunt laten zien en welke gesprekken het mogelijk maakt.

De waarde van zelf iets bouwen

Terugkijkend heeft de Edgecase me veel meer gebracht dan een handig demonstratieapparaat. Het bedenken en bouwen ervan was op zichzelf al een bijzonder plezierig project. In ons werk besteden we veel tijd aan digitale infrastructuur, virtuele machines, cloudplatformen en software die grotendeels onzichtbaar blijft. Dat zijn belangrijke onderdelen van ons vak, maar er zit ook iets bevredigends in het werken met fysieke hardware. Je hebt onderdelen in je handen, maakt iets dat daadwerkelijk bestaat en kunt het resultaat laten zien aan iemand die misschien helemaal niets van Kubernetes weet.

Dat laatste vind ik minstens zo belangrijk. Een werkend Kubernetes-cluster uitleggen aan de hand van architectuurdiagrammen kan lastig zijn, zeker voor mensen die niet dagelijks met de technologie werken. Een fysieke koffer met computers, kabels, een scherm en lampjes spreekt veel directer tot de verbeelding. Je kunt aanwijzen wat je hebt gebouwd en laten zien wat het doet. Het maakt een abstract verhaal tastbaar.

Het project heeft me ook opnieuw laten zien hoeveel je leert door zelf te experimenteren. Boeken, trainingen en certificeringen zijn waardevol en kunnen een stevige basis bieden. Maar sommige inzichten ontstaan pas wanneer je zelf een systeem opbouwt, tegen problemen aanloopt en ontdekt waarom bepaalde keuzes wel of niet werken. Je begrijpt een technologie vaak pas echt wanneer je ermee aan de slag gaat.

Dat is ook een van de redenen waarom ik thuis een eigen homelab heb ingericht, met een compact 10-inch rack en verschillende systemen om nieuwe technologieën uit te proberen. Het biedt ruimte om te experimenteren zonder dat ieder project direct een zakelijk doel hoeft te hebben. Soms bouw je iets omdat je wilt onderzoeken of het kan. Soms ontdek je onderweg een toepassing die je van tevoren niet had bedacht. En soms levert het vooral plezier op.

Juist die vrijheid om te proberen, te bouwen en te leren verdient wat mij betreft meer aandacht. Niet ieder experiment hoeft uit te groeien tot een product of een commercieel succes om waardevol te zijn.

Taloscon 2025

Tot ziens, Edgecase

De fysieke koffer mag dan aan het einde van zijn levensduur zijn gekomen, het idee erachter is nog springlevend. De Edgecase heeft me geholpen om Kubernetes at the Edge op een andere manier uit te leggen, heeft me op bijzondere plekken gebracht en heeft geleid tot gesprekken die ik anders misschien nooit had gevoerd.

Maar bovenal heeft het project me herinnerd aan iets wat in een wereld die steeds digitaler wordt gemakkelijk naar de achtergrond verdwijnt: de waarde van zelf iets maken, gewoon uit nieuwsgierigheid en omdat het leuk is om te ontdekken wat er mogelijk is.

Dank je wel, Edgecase. Je hebt je dienst meer dan bewezen. En wie weet staat er ooit een opvolger op het podium, met een nieuwe koffer en een heel ander verhaal.

Terug naar blog